Lambertus Antonius Hagen (39)

De grootste en rijkste brouwer

03-08-1788 † 22-02-1864

Het geslacht Hagen: bouwmeesters uit Gildehaus, hervormde dominees en een enkele brouwmeester. Die laatste woont in Hengelo. Lambertus Antonius Hagen heet hij voluit. Hij erft de voor die tijd grote brouwerij van zijn vader Jan Hendrik, de stichter van het bedrijf aan de Deldenerstraat. Hij verkoopt zijn gerstenat in heel Twente. En er zijn overal cafés waar zijn bier wordt gedronken. Hengelo heeft zo rond de 3000 bewoners en het bier smaakt hen goed. Er zijn rond 1819 achtenveertig brouwerijen in Overijssel. In Hengelo kennen we er rond die tijd drie. De uitbaters van De Bok, De Ster en Lambertus Hagen. Verder brouwen allerlei particulieren in schuurtjes en kelders dat het een lieve lust is. Het uit de krochten afkomstige bier is trouwens niet te vergelijken met ons huidige pilsje.

De biermakers gebruiken gerst van lokale boeren en voegen hop toe. Het zijn vaak niet de beste producten en ook het gistproces hebben ze niet in de hand. Pas als Louis Pasteur in 1876 zijn studie over het gistingsproces wereldkundig maakt, verandert het proces. Maar dan is de brouwer al gestorven en zijn bedrijf opgedoekt.

Lambertus brouwt, gist, kruidt en pruttelt volgens het receptuur van zijn vader. En dat is voldoende voor de stevige innemers: “We kochten jaarlijks een vaatje en bewaarden dat heel zorgvuldig, want het bier was spoedig aan bederf onderhevig”, schrijft oer-Hengeloër Egbert Ter Marsch in zijn ‘Beukske van Hengel’.
De domineesfamilie Hagen stamt af van meestermetselaar, bouwmeester en architect Lubbert Hagen uit Gildehaus. Hij ontwierp veel gebouwen in Graafschap Bentheim, Westfalen en Overijssel. Zijn belangrijkste opdrachtgever was de adellijke familie Van Rechteren die de Hagens onder andere in Huis Almelo aan het werk zette. In de jaren 1707-1709 bouwde Lubbert bij kasteel Twickel de monumentale Bentheimerstenen brug met twee doorvaarten die het kasteel met het voorplein verbond.

De domineesfamilie Hagen uit Gildehaus, nazaten van Lubbert, raakt in Hengelo verzeild, dankzij prediker Lambertus Hagen. De grootvader van de laatste Hengelose brouwer studeert theologie in Groningen en krijgt in 1726 een beroep in Hengelo bij de doopsgezinden. Hij staat op de kansel tot aan zijn dood in 1758. Twee van zijn zoons worden ook dominee. Maar de jongste uit dat nest, Jan Hendrik (1752-1817), heeft meer met bier dan met religie. Hij is de oprichter van de bierbrouwerij aan de Deldenerstraat.
De zoon van Jan Hendrik komt al rijk ter wereld. Zijn vader is een man in bonus en Lambertus hoeft niets anders te doen dan in zijn voetsporen te treden. Dat doet hij dan ook. Aan geld geen gebrek. Het bier bruist, zijn mededorpelingen weten er wel weg mee. Lambertus is een van de meest welgestelde burgers van Hengelo. Zijn brouwerij, naast de Nederlands Hervormde kerk aan de Deldenerstraat, behoort tot de grootste panden van het dorp. Behalve bier brouwt hij in dat bedrijfsgebouw azijn en bestiert hij een tapperij en logement.

Geen wonder dat hij op 18 december 1833 zitting neemt in de gemeenteraad. Dat zien we vaker in die tijd. Fabrikanten en anderszins gezaghebbende Hengeloërs die ook aan de touwtjes trekken in het maatschappelijk en sociale leven. Ach, hij heeft tijd genoeg. De zaken lopen voorspoedig en hij is op dat moment nog vrijgezel. Behalve raadslid neemt hij de taak van gemeentesecretaris op zich, hij aanvaardt tussen 1851 en 1855 het ambt van wethouder en is ook nog eens bestuurslid van de pas opgerichte Kamer van Koophandel. Hij blijft in de raad tot aan zijn overlijden.

Zijn wereld verandert volkomen als hij Jansjen ter Horst ziet staan. De tot dan verstokte vrijgezel trouwt op z’n achtenveertigste met de achttien jaar jongere Jansjen. Doopsgezind, welgesteld en behorend tot het fabrikantengeslacht Ter Horst. Rinus Scholten spreekt in zijn boekwerkje het Zout in de pap van een ‘society-huwelijk’. Hij heeft ongetwijfeld gelijk: onder zeer grote belangstelling sluit burgemeester Sloet tot Olthuis het huwelijk op 26 juli 1836 . Het echtpaar gaat wonen aan de Deldenerstraat 17. Ze krijgen drie kinderen. Berend Theodoor, Henderik Jan en Maria Johanna. De beide jongens overlijden ongehuwd. Maria trouwt stadsarchitect Jacobus Moll. Ze krijgen twee kinderen. Als zijn dochter tien jaar na hem overlijdt, sterft de Overijsselse Hagentak uit.

Lambertus wisselt het tijdelijke voor het eeuwige begin februari 1864. Zijn vrouw wacht nog enige maanden met de opheffing van het bedrijf. In juli plaats ze een advertentie in de krant: ‘Door sterfgeval te huur eene in volle werking zijnde Bierbrouwerij. Informatie bij de weduwe L. A. Hagen.’ Daarmee komt een eind aan het familiebedrijf. Het pand wordt opgedeeld in een aantal woningen.

Wellicht heeft de opkomst rond 1850 van het beter drinkbare pilsnerbier uit Duitsland een rol gespeeld in het besluit om de activiteiten van bierbrouwerij te staken. Het nieuwe ‘ondergistende’ of Beijersch’ bier is veel beter van smaak. Veel brouwerijen moeten om mee te kunnen reorganiseren en de bedrijfsvoering aanpassen. Voor de kleinschalige familiebedrijven is dat een te grote opgave. Er blijven vanaf die tijd een beperkt aantal grote brouwerijen over.

Midden 19e eeuw wat grotere bierbrouwerijen in zuid. Nederlanden. In onze streek kleinschalige familiebedrijven. 1850 nieuw soort bier vanuit Duitsland. Was beter van smaak. Ondergistend of Beijersch bier. Veel brouwerijen moesten daarom reorganiseren en aanpassen. Er bleven alleen beperkt aantal grote brouwerijen over.