Jurriaan Engelbert Stork (226)

De stille kracht

12-06-1828 † 18-01-1893

De stille kracht op de achtergrond. Jurriaan Engelbert Stork staat zijn hele leven en daarna in de schaduw van zijn ‘grote’ broer Charles Theodoor Stork. Engelbert wordt hij meest genoemd, is zes jaar jonger dan Charles. De laatste legt de basis van het huidige Hengelo. Maar is Jurriaan Engelbert niet net zo belangrijk? Hij lijkt veel meer dan zijn broer aanspreekpunt voor Hengeloërs, haalt de kastanjes uit het vuur waar anderen denken zich te branden en is de redder van de machinefabriek Gebr. Stork & Co die in 1869 ten onder dreigt te gaan.

Op Engelberts konto staat de oprichting en ontwikkeling van de Koninklijke Weefgoederenfabriek en de machinefabriek Gebr. Stork & Co. Hij neemt op verzoek van Charles zitting in de gemeenteraad en is tot aan zijn dood in 1893 lid van Provinciale Staten. Hij is medeverantwoordelijk voor de metamorfose van Hengelo van onooglijk, nietszeggend dorp naar een industriële grootmacht.

En toch gaat de aandacht steeds maar uit naar Charles Theodoor. Voor de niet zo druistige Engelbert is een bescheiden rol weggelegd, hij gaat daarheen waar zijn broer hem nodig heeft en onderneemt ook geen pogingen om uit de schaduw van CT te treden. Anno 2011 speelt Engelbert nog steeds een volstrekt ondergeschikte en onderbelichte rol. Google Charles Theodoor Stork en je struikelt over de pagina’s die aan hem zijn gewijd. Doe hetzelfde met Jurriaan Engelbert en je verbaast je over het bescheiden aantal regels die aan hem zijn gewijd. Het is alsof ‘ie wordt doodgezwegen.

‘Hoewel hij niet zo uitmuntte als zijn oudere broer, was hij een bekwaam man wiens woord zowel in zaken als in de Provinciale Staten gezag had’, staat in het nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek over hem. En toch speelt hij een belangrijke rol. Zonder hem kan CT zich niet ontplooien. Charles komt regelmatig ’s ochtends bij zijn broer in Hengelo ontbijten en andersom gaat Engelbert bij hem op bezoek in Oldenzaal. Meestal nemen ze de trein, maar er worden ook grote afstanden gelopen. De trein die van Almelo via Hengelo naar Salzbergen rijdt en het spoortje naar Zutphen zijn wapenfeiten van de twee broers. Zij zien het grote belang in van Hengelo als spoorwegknooppunt. Die ontwikkeling maakt dat Hengelo een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven wordt.

Charles en Engelbert zijn de eerste telgen van de Storkdynastie die zich op Hengelo richten. Engelbert bestiert een kleine weverij in Oldenzaal. Hij heeft zich in Zwitserland bekwaamt in het verven van garens en het weven van bonte stoffen. Omdat er onvoldoende stromend water is in Oldenzaal richt hij in 1854 een ververij op in Denekamp om bonte goederen te kunnen maken. Maar ook die locatie bevalt niet. Samen met zijn broer, die ook een kleine weverij bezit, besluit hij een jaar later naar Hengelo te verkassen en een nieuwe bontweverij C.T Stork & Co op te zetten. In dat dorp wonen meer vakbekwame bontwevers, de bontjes uit het dorp zijn vermaard, en door de Hengelose beken stroomt zuiver water. Beide Storken vragen ook zwager Hendrik Jan Ekker mee te doen. Die stemt toe. Later na een bezoekje van Koning Willem III krijgt de fabriek het predikaat ‘Koninklijke Weefgoederenfabriek’.

De machinefabriek Gebr. Stork & Co.’ wordt op 4 september 1868 opgericht. Firmanten zijn, hoe kan het ook anders, Charles Theodoor Stork, Jurriaan Engelbert Stork en Hendrik Jan Ekker.
Het bedrijf telt 120 werknemers. De werktuigen komen uit Luik en Manchester. Het gaat met het bedrijf niet goed. In 1869 is het Engelbert die de reorganisatie leidt, investeert en die het bedrijf van de ondergang behoedt.

Als vakbondsman Gerrit Bennink Dirk Willem Stork (zoon van CT) en zijn familie tijdens een congres als ‘meest geraffineerde uitzuigers van hun volk’ kwalificeert zijn de rapen gaar. De personeelsleden van Stork pikken die woorden niet. Ze beleggen een protestvergadering en reiken aan uitgerekend Engelbert een oorkonde uit met 280 handtekeningen om de Storken te ondersteunen.
Toch blijft hij gedurende zijn hele leven een echte textielman. Hij treedt op 1 januari 1893 uit de machinefabriek die hij aan CT en zijn zonen overlaat. Engelbert gaat samen met Ekker verder met de Koninklijke Weefgoederenfabriek.

Tussen de bedrijven door weet hij nog tijd te vinden voor een gezin. Hij trouwt met Anne Josina van der Vies. Ze krijgen twee zonen, Otto en Willem. In de dagboeken van zoon Willem wordt de band die vader en zoon hebben geroemd. Ze komen veel bij elkaar over de vloer, eten samen, maken zeer lange werkdagen en reizen samen door het land. Nadat zijn vrouw overlijdt, trekt zijn ongetrouwde zuster bij hem in om het huishouden voort te zetten.

Op 14 januari 1893 slaat het noodlot toe, Engelbert wordt geplaagd door hevige buikpijn. Vermoedelijk een buikvliesontsteking. Vier dagen later overlijdt hij. En op 21 januari loopt Hengelo uit voor een indrukwekkende begrafenis. Buiten de tweehonderd genodigden lopen zeker driehonderd fabrieksarbeiders mee in de stoet.