Johanna Frederika ter Horst (15)

Het tragische leven van de laatste heer van Hengelo

17-09-1855 † 17-08-1938

Achterneef Ter Horst zegt over zijn tante Frederika in de Twentsche Courant Tubantia in 1977: ‘Ze heeft een spitse kin, daar zit de duvel in, maar zo was ze’. Dat zegt hij bij de onthulling van het bronzen beeld van Johanna op de begraafplaats aan de Bornsestraat. In Hengelo kent iedereen haar als tante Frits, Fritsken van ’t eind of Jufferken van ’t end. De toevoeging aan ’t eind kreeg ze door haar woning die aan ’t eind van het toenmalige Hengelo staat op de hoek van de Marskant en Deldenerstraat.

Fredrika is een taaie en niet voor een kleintje vervaard, laat ze tijdens haar leven zien. Zij richt in 1912 de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud op. Dat doet ze met overtuigingskracht, omdat ze vindt dat het danig verrommelde kerkhof een beter lot verdient. Doel van de vereniging is dan ook ‘uit pieteit van de afgestorvenen zorg te dragen dat de eigen graven onaangeroerd worden gelaten’.
Ter Horst ergert zich kapot aan de staat van onderhoud van de begraafplaats waar ze ongetwijfeld regelmatig komt. Ze is een telg uit een oud Hengelo’s geslacht van linnenwevers en kooplui. Doopsgezinde Hengeloërs. Talloze familieleden hebben hun laatste rustplaats aan de Bornsestraat. Zoals haar voorvader, dominee Lambertus Hagen en zijn zoon Christiaan, de Ter Horsten, deTen Cate’s, de Overbeeks en de Van Benthems.
Tante Frits ziet met lede ogen hoe brandnetels en ander onkruid de graven en zerken overwoekeren. ‘Alles is verslodderd’, meldt ze. Als ze eenmaal het besluit heeft genomen om het kerkhof voor de ondergang te behoeden, pakt ze door. Ze benadert bekende Hengeloers en richt op 19 januari 1912 in De Beurs van Hengelo de Vereniging op. Die begint met 350 leden en een kapitaal van 8500 gulden.
Maar dat is voor haar niet genoeg. Vanaf dat moment poldert ze samen met de hoveniers vader en zoon Apool in de grond van de verwaarloosde begraafplaats. Ter Horst heeft haar levensvervulling gevonden. Tot haar dood in 1938 wijdt ze haar leven aan het onderhoud. Ze wiedt onkruid, beplant de groenstroken, maait het gras, knipt de randen en schildert jaarlijks de hekken om de graven.
Oud-voorzitter van de vereniging F.J. Hulshoff Pol duidt de betekenis die de plek voor Ter Horst heeft: “Ze moet iets hebben gevoeld van eerbied voor het verleden en voor het oude dat hier nog is. Haar grootvader en oom waren in de 18e eeuw in deze omgeving predikant. Ook dat verklaart haar verbondenheid met deze plek.”

Meer zit er niet voor haar in. Uit de beroemde blauwe schriftjes die ze achterlaat en waarin ze haar familie en Hengelo beschrijft in het begin van de 20e eeuw blijkt bijvoorbeeld dat ze graag een kunstzinnige opleiding wil volgen. Helaas past zo’n opleiding niet bij een meisje van haar stand. Zij blijft vrijgezel, maakt tableaus van ragfijne postzegelknipsels, schrijft van zich af in haar schriftjes en onderhoudt de begraafplaats.
Tante Frits sterft in 1938 op 83-jarige leeftijd. Ze laat een vermogen van 25.000 gulden aan de vereniging na.
De waardering voor haar werk is zo groot dat op het kerkhof ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van haar Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud een beeld van Tante Frits wordt onthuld. Piet Hamer, ook al zo’n trouw bondgenoot van de begraafplaats, maakte het bronzen beeld. Op de sokkel staat ‘dienen in liefde’. Hulshoff Pol zegt bij de onthulling: “Waarschijnlijk zou Tante Frits dit eerbetoon niet waarderen; zij was wars van elk vertoon. Het werk dat zij verrichtte deed ze in alle bescheidenheid.”