Jan Walhof (193)

Deserteur wordt veldwachter

12-10-1790 † 09-09-1859

De eerste veldwachter van Hengelo is een deserteur. Jan Walhof uit Losser. Aannemelijk is dat Walhof zijn aanstelling krijgt vanwege zijn ervaringen in het Franse leger. Die zijn niet misselijk. Hij vervangt in 1811 Herm Gerard als dienstplichtig soldaat, want zo gaat dat in die tijd. Hij is dan 21 jaar. De legerleiding deelt hem in bij de brigade van het 14e regiment dragonders. Walhof vertrekt naar Frankrijk juist in de tijd dat de troon van Napoleon wankelt. De Lossernaar houdt het niet lang vol en deserteert op 28 augustus 1813 in Saarbrücken na de val van de ‘kleine generaal’.

Dat zit het leger niet lekker. Walhof wordt beschuldigd van verraad. Hij zou een complot tegen Frankrijk hebben gesmeed. Ja, hij zou zelfs de aanstichter en leider zijn geweest. Als de Fransen hem in handen krijgen, wacht ’m het vuurpeloton. Het signalement dat in die dagen wordt verspreid luidt: 1.72 meter lang, blonde haren en wenkbrauwen, grijze ogen, ingevallen voorhoofd, goedgevormde neus, ronde kin, en gekleurde teint.

Walhof wacht de ontwikkelingen uiteraard niet af, hij vlucht en weet Twente veilig te bereiken. ‘Met een muts en gekleed in een pak zonder mouwen’ luidt de toenmalig beschrijving van het manspersoon dat binnen komt vallen.

Hengelo zit waarschijnlijk op zo’n ervaringsdeskundige te wachten, want in 1814 krijgt Walhof z’n aanstelling als eerste veldwachter van Hengelo. Een politiekorps is er nog niet. Wel struinen enkele nachtwakers in het dorp rond sinds de zelfstandigheid van Hengelo op 1 mei 1802. De zes ‘vuuropsigters’ die bij nacht en ontij hun diensten draaien hebben wel politietaken. Hun belangrijkste taak is het voorkomen van brand. Dat gevaar ligt constant op de loer in een dorp waar de woningen dicht tegen elkaar aan zijn gebouwd en de bouwmaterialen uiterst brandbaar zijn. Daarbij bewaren de nachtwakers de orde. Ze dragen flinke knuppels bij zich waarmee ze al te agressieve dronkemannen van zich afslaan. Arrestaties mogen ze niet verrichten, daarvoor is de veldwachter, waarmee Jan Walhof weer in beeld komt. Er is niet zo veel schriftelijke informatie over de eerste veldwachter in de gemeentelijke archieven achtergebleven. Het enige document dat opduikt gaat over zijn tractement. Over het jaar 1818 ontvangt hij 184 gulden salaris inclusief kledinggeld voor zijn uniform. Dat geld wordt op 2 januari 1819 uitbetaald door de ontvanger der gemeente B. Jordaan. Onder het besluit van de gemeente staat verder de handtekening van burgemeester Jan Dijk en wethouder Blenken. Dat tractement is klaarblijkelijk niet helemaal voldoende voor zijn levensonderhoud, want uit enkele aantekeningen blijkt dat hij her en der ook schilderwerken uitvoert. Ook valt op dat bij trouwpartijen en geboorten Walhof met enige regelmaat wordt genoemd. Zo is hij getuige bij het huwelijk van Johan Hendrik Kamp uit Oele. Waarschijnlijk is Kamp een maatje uit het leger. Kamp vocht mee in de Slag van Waterloo en was daar zo nadrukkelijk aanwezig dat hij de Militaire Willemsorde der 4e klasse ontving.

Over het dagelijks werk van Walhof valt niet veel te melden. Hengelo is niet zo crimineel. Walhof patrouilleert overdag. Het is de tijd dat jongelui een bon krijgen, omdat ze schuine liedjes zingen. Lange tijd moet Hengelo het doen met een veldwachter. Pas aan het eind van de negentiende eeuw worden twee veldwachters aangesteld.