Jan van Alphen (18)

De Van Alphenstraat

01-12-1829 † 15-07-1911

Alleen de Van Alphenstraat herinnert nog aan het bestaan van Jan van Alphen. Het onaandoenlijke straatje voert naar de ijsbaan en weer terug. Jan verdient meer. In de jaren dat Hengelo van dorp naar stad groeit, is hij een nationaal belangrijk politicus. Hij schopt het tot Tweede Kamerlid voor de Anti-Revolutionaire Partij en is in die tijd ook nog eens lid van de Provinciale Staten van Overijssel. Jan is wars van ophef en hij valt zeker niet op door bevlogen redevoeringen.

Bescheiden, beminnelijk en eenvoudig, wordt over hem gezegd. In de krant schrijft een journalist: Een onvervalst type van een degelijke, ouderwetse, eenvoudige Hollander; een lange schrale gestalte, gehuld in een zwartlakens pak van een snit, die aan de mode van een vervlogen periode doet denken. Geen wereldbestormer dus, eerder een ietwat saaie bestuurder. Een dorknoper, een man die opvalt door het politieke handwerk achter de schermen. De vlucht die zijn carriëre neemt, kan onmogelijk een verrassing voor zijn ouders zijn. Jan ziet het levenslicht op 1 december 1829 en komt uit een goed nest. Er is geld en invloed. Zijn vader Gerardus Coenraad van Alphen heeft bemoeienis met de bontweverij. Hij wordt in de annalen van Hengelo benoemd als zaakwaarnemer, winkelier en fabrikant. Moeder Henriette Jacob Dijk is dochter van Jan Dijk, de eerste burgemeester van Hengelo. Jan van Alphen heeft veel mee. Hij krijgt een goede opleiding en daarna meteen een goede baan. Zijn eerste werkzaamheden verricht hij als opzichter bij een bollenkwekerij in Sassenheim. Daar trouwt hij in 1858 met Pauline Marie Sophie Narbäl. Hij is dan 24 jaar oud. Zeven jaar later keert hij terug naar Hengelo waar hij villa Het Wilbert met landgoed koopt met dank aan de erfenis van grootvader Jan Dijk. Die was eigenaar van het goed. Vrijwel meteen bij zijn terugkomst naar Hengelo begint Jan zijn politieke loopbaan. Eerst gemeenteraadslid, van 1869 tot 1881 wethouder en in 1884 volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer en nog later lid van Provinciale Staten van Overijssel. Hij neemt pas op 79-jarige leeftijd afscheid van de Tweede Kamer. De doopsgezinde dominee Boetje neemt de bestuurder tijdens een parlementaire enquate over de arbeidsomstandigheden in Hengelo op de korrel. Hij vindt dat de bestuurder niet in de onderzoekscommissie mag zitten, omdat hij boter op zijn hoofd heeft. “Ik mag niet verzwijgen, al zit de heer Van Alphen er bij, dat vooral onder zijn wethouderschap het onderwijs zoveel te wenschen overliet: de leermiddelen, die zeer bescheiden gevraagd werden, werden een te groote weelde geacht, en het lokaal was te klein, waaronder ook het onderwijs moest lijden.
Jan meent dat de opmerkingen van Boetje niet ter zake doen en neemt gewoon plaats in de commissie. De ARP’er ijvert voor uitbreiding van het kiesrecht en bekleedt allerlei functies binnen zijn partij en daarbuiten. Na zijn afscheid van de politiek geniet hij nog drie jaar van zijn huis en landgoed. Hij steekt veel geld in de verfraaiing van Het Wilbert en geniet met volle teugen van de laatste jaren van zijn leven.