Jan Dijk (19)

Van dorpsman, maire, schout tot burgemeester

23-08-1775 † 14-08-1849

De eerste burgemeester van Hengelo heet Jan Dijk. Eerst dorpsman, dan maire in de Franse tijd, burgemeester in de Republiek, vervolgens schout en daarna weer burgemeester in het Koninkrijk der Nederlanden. Op zijn curriculum vitae staat verder nog dat hij in de textiel werkt, rentmeester is van Huis Hengelo, kolonel van de landstormers en grootgrondbezitter. Voorwaar geen slechte loopbaan.

Jan Dijk is een bijzondere man met een zwak voor Fransen. Dat kan haast niet anders, omdat hij door de Fransen als hoofdbestuurder van Hengelo wordt aangesteld. Het onbetekende dorpje wordt lange tijd bestuurd door het Landgericht Delden. Pas op 1 mei 1802 krijgt Hengelo zijn zelfstandigheid. Het gemeentebestuur wordt door zeven leden en acht gecommitteerden gevormd. Jan is zowel leidsman als secretaris.

Als de Fransen klop krijgen in Leipzig in 1813 is het snel gedaan met hun invloed in de lage landen en is het Koninkrijk een feit. En opnieuw werpt Jan zich op als de man die de zaakjes in Hengelo regelt. Niemand denkt aan collaboratie. Hoewel Jan jarenlang heulde met de Fransen spelen zulke gevoelens geen enkele rol. Vandaar dat de rasbestuurder gewoon verder gaat waar hij ooit begon. Hij krijgt op 16 november 1811 zijn aanstelling als burgemeester en wordt op 28 november geïnstalleerd.

Een interessante tijd, omdat in 1811 de invoering van de burgerlijke stand plaatsheeft en een nieuwe administratie wordt ingevoerd. De Republiek wordt in 1813 omgebouwd tot het Koninkrijk der Nederlanden. Ervaring is gewenst en dus wordt Jan eerst schout. Een half jaar later richt het gemeentebestuur de landweer op. Het kan haast niet anders dat Jan wordt benoemd tot kolonel van het elfde bataljon van de Landstormers. Uiteindelijk wordt de Hengeloer op 10 augustus 1825 bij Koninklijk Besluit burgemeester voor een salaris van duizend gulden per jaar. Hij blijft aan tot 1832.

De carrière van de bestuurder begint in de textiel. Hij woont met zijn vrouw Reinherz Tugendholle Kalle in Huis Hengelo en is daar ook rentmeester. Zijn zoon Steven wordt op die plek geboren. Het huis is dan al vervallen. Alleen het hoofdgebouw staat nog overeind. Eigenaar Adolf Mulert wil de bouwval niet meer aanhouden. Hij besluit tot verkoop, zodat de nieuwe eigenaar de panden kan slopen. Jan biedt mee en neemt op 19 juli 1803 het hoofdgebouw, de windkorenmolen, het muldershuis en ruim 100 hectare landbouw- en weidegrond voor 75.000 gulden van Mulert over.

Hij doet nog veel meer in het dorp. In 1819 laat hij een weg aanleggen van Eschman in Oele naar Beckum. Hij wilde een grote bocht afsnijden. Ook laat Jan een voetpad maken van de Achterhoekse Es naar de Werninkhof. Dat pad wordt in de volksmond ‘mairedijkje’ genoemd, de huidige Dijksweg. De wegen en waterlopen van Hengelo worden door zijn toedoen in kaart gebracht. Samen met Berend Krabbenbos en Jan Annink regelt hij de eerste gemeentelijk herindeling.
De eerste huisvesting van het gemeentebestuur, dus het eerste gemeentehuis, is de gelagkamer van het logement de Swane in de Beekstraat.

Ook de familie van Jan doet het goed na zijn dood. Zoon Steven Dijk leidt een textielbedrijf dat later overgaat naar de Hengelose Bontweverij. En Gerrit, zoon van Steven, wordt op 1 januari 1852 voorzitter van de eerste Kamer van Koophandel voor Twente en Salland.