Jacob Douwes van de Goot (215)

De Van Alphenstraat

06-12-1831 † 12-09-1884

Architect Jacob van de Goot is eind negentiende eeuw en daarna in Hengelo een grootheid. De zoon van de Akkrumse steenbakker Jacob Douwes van de Goot ontwikkelt zich tot bouwheer van de rijken. De Hengeloër en z’n compagnon Cornelis Jacobus Krijsweg (sinds 1894) vertonen hun kunsten trouwens niet alleen in Twente, hij is minstens even populair in Bussum en omgeving. Het duo laat een omvangrijke oeuvre achter: ze ontwerpen villa’s, scholen, kerken, een tribune en bijgebouwen voor de Bussumse renbaan Cruijsbergen. Daarbij zijn ze de vaste architecten van de Koninklijke Weefgoederenfabriek van Stork en de Nederlandse Katoenspinnerij van De Monchy en maken ze de nieuwe elektriciteitscentrale van TCS. En niet onbelangrijk: Jacob verzorgt het ontwerp voor het poortgebouw van de Algemeene Begraafplaats. Het is dus geen wonder dat hij daar begraven ligt.

Jacob laat een eeuw later nog steeds van zich spreken. De ijzergieterij van Stork, waarin het ROC van Twente zich nestelde, zou een ontwerp van hem zijn en veel van zijn villa’s zijn zo waardevol dat ze zijn bevorderd tot rijksmonument.

In Hengelo en omgeving is hij samen met zijn compagnon Cornelis Jacobus Kruisweg verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van Villa Stork op het Tichelwerk, Huize Het Wilbert, de Tudorwoning van Everhard Philip Seidel aan de Grundellaan 23, het woonhuis aan de Van Alphenstraat 19, Hof Espelo en niet te vergeten het rijksmonument Villa Meijling aan de Stationsstraat in Borne. Bierbrouwer Meijling, ja die van het Hengelo’s Bier, is opdrachtgever en gaat er in 1891 wonen. De architect maakt in 1895 de schetsen voor het eerste ziekenhuis aan de Drienerdwarsweg (nu Ziekenhuisstraat).

Zoals hiervoor al opgemerkt, houdt Jacob zich ook bezig met het ontwerpen en verbouwingen van fabriekspanden. Zo komt hij in aanraking met Philip Sydney Stott. De Engelse architect is in die tijd op het toppunt van zijn roem en ontwerpt het een na de andere textielfabriek in onder meer Enschede. De vierde textielfabriek in Twente van Stott is de in 1865 gestichte Nederlandsche Katoenspinnerij in Hengelo. Het eerste fabriekspand brandt in 1872 en in 1903 en moet opnieuw worden opgebouwd. Directeur De Monchy gaat in zee met Sydney Stott. Die laat het Hengelose architectenduo Jacob en Cornelis het uitvoerend werk verrichten. Na de wederopbouw klaagt De Monchy dat de aanbestedingssom van bijna 64.363 gulden is overschreden. De bouwkosten zijn liefst twintig mille hoger dan afgesproken. „Het spijt ons ten zeerste de opmerking te moeten maken dat dit cijfer zeer belangrijk boven het bedrag van de begrooting van onzen engelschen architect komt. Het blijkt hieruit duidelijk dat dezen architect van een hollandsche begrooting niet op de hoogte is geweest”, merkt De Monchy op, die daarna alleen nog maar van de diensten van Jacob gebruik maakt.

Als vader Jacob Douwes uit Akkrum in Hengelo arriveert, begint Hengelo zich te ontwikkelen en moeten er huizen worden gebouwd. De Fries stort zich op de voormalige steenfabriek van Benjamin ter Horst op het huidige Tichelwerk en de huidige zeeliedenbuurt tussen de Ir. Schefferlaan en de Achterweg (later Jan van Galenstraat). Er staan in het gebied steen- en pannenovens, droogovens en ‘vier soliede loodsen’. Hij bedrijf wordt de belangrijkste steenfabriek van het dorp. In het gebied waar Jacob Douwes z’n werkzaamheden verricht, bouwt hij een woning voor zijn gezin. Vier jaar voor zijn dood, verkoopt hij zijn bezit. Jurriaan Engelbert Stork ziet overname wel zitten, omdat hij behoefte heeft aan een ‘buiten’. De broer van Charles Theodoor Stork woont midden in het dorp op de hoek van de Beursstraat en Enschedesestraat. Maar het is uiteindelijk zijn zoon Willem die in 1893 het goed erft en aan Jacob van de Goot opdracht geeft Villa Tichelwerk te ontwerpen. Het imposante huis ziet er uit als een Zwitsers chalet. Willem laat rondom de villa een park ontwerpen inclusief de kleigaten Eggelpoel en ‘Storks viever’ zoals de vijver in de volksmond wordt genoemd. De villa staat er nog steeds en is nu onderdeel van de Hogeschool Edith Stein.
Minder voorspoedig loop het af met Huize Wilbert dat op landgoed Wilbert wordt gebouwd. Het bezit is van landsbestuurder Jan van Alphen. Na zijn dood koopt Hofstede Crull een deel van het uitgebreide goed. Jacob en zijn kompaan mogen het huis van Van Alphen, gesitueerd op de huidige voetbalvelden van Achilles, ombouwen tot een luxe villa. Dit huis overleefde niet. De anderen wel. Jacob en Cornelis ontwerpen in de destijds kenmerkende chaletstijl en maken uitstapjes naar De Amsterdamse school. Cornelis verhuist na zijn huwelijk naar Bussum en weet daar samen met zijn Hengelose collega ook veel opdrachten binnen te hengelen. Jacob sterft op 74-jarige leeftijd en wordt begraven in het familiegraf op de Algemeene Begraafplaats waar onder andere ook zijn vader ligt.

 

Jacob van de Goot en Cornelis Kruisweg ontwerpen in Bussum de paardenstallen en renbaan aan de Franse Kampweg, Sarah’s Cottage aan de Nieuwe Hilversumseweg 12, Villa Lindenrode aan Lindelaan 16, Villa Beerenstein aan Beerensteinerlaan 73,Villa Micro Cosmos aan de Brediusweg 25, de Openbare Biliotheek aan Generaal de la Reylaan 12, de villa aan de Burgemeester Schooklaan 7 en de Villa Vogelsangh aan Nimrodlaan 12 in Hilversum.