De Oostvogels (98)

Stetsons, Borsalino’s en petten voor de arbeiders

01-01-1795 † 01-01-2006

Het is ontegenzeggelijk een echte Oostvogel. De zwarte hoge hoed van 7⅛ inch in fraaie doos is in goede staat, heeft geen slijtageplekken en kost 75 euro. De advertentie op Marktplaats toont een zichtbaar overblijfsel van hoeden- en pettenmakerij Oostvogel.

Hoedenmaker Johannes Oostvogel sticht in 1795 een hoeden- en pettenbedrijf in Hengelo aan de Langestraat onder de naam Gebr. Oostvogel. In het pand waar de hoofdeksels worden aangemeten en gemaakt, huist nu restaurant De Bourgondier. De winkel gaat over van vader op zoon tot in de 21e eeuw. De Oostvogels verblijven 125 jaar in de Langestraat, in 1920 laten ze ‘t oog vallen op een winkelpand op de hoek Nieuwstraat/Enschedesestraat.

In 2006 geeft eigenaar Evert Oostvogel, de zevende generatie, het op. Hij heeft geen opvolger en zijn gezondheid laat te wensen over. Na ruim 200 jaar sluit de inmiddels gerenommeerde modezaak, een van de oudste van Nederland.

Terug naar 1795. Johannes komt uit Delden. Zijn vader kwam uit Zeeuws Vlaanderen naar Hengelo toen Napoleon met zijn legers oprukte en over de bevroren Hollandse Waterlinie Nederland overliep. De pettenmaker begint zijn bedrijf in de Langestraat. Het dorp telt dan 1194 inwoners. De helft van de inwoners werkt in de textiel. De markt is gunstig. Iedere zichzelf respecterende man draagt pet of hoge hoed al naar gelang de dikte van de portemonnee. Dus droegen arbeiders een pet en de notabelen een cilinder.

Johannes trouwt met Engelina Wind. Het echtpaar krijgt zes kinderen. Dat is goed voor de opvolging en dat blijkt ook, want zijn drie zonen werken gewoon met vader mee en schrijven zich na verloop van tijd in als hoedenmaker. Vader overlijdt in 1848 en het bloeiende bedrijf gaat over op de drie zoons. Het driemanschap functioneert maar tijdelijk. De twee oudste jongens overlijden al heel snel en Everhardus blijft alleen over. Hij zet het bedrijf voort en vertrouwt erop dat zijn tienjarige zoon die al wel hoedemakersleerling is hem gaat helpen.

Everhardus verzet de bakens en begint een pettenmakerij als blijkt dat er minder geld te besteden is voor hoofddeksels. Immens populaire hoeden als Stetsons en Borsalino’s worden door Everhardus geïmporteerd en in zijn winkel verkocht. Hij overlijdt op 78 jarige leeftijd in 1886.

Rond 1900 als weer een andere generatie de scepter zwaait, is Oostvogel een begrip. De hoedenproducent is op alle markten en kermissen in Twente nadrukkelijke aanwezig met zijn Borsalino’s en Stetsons. Het is in die tijd hard werken geblazen. Even naar de mark om producten te verkopen, is er niet bij. De petten en hoeden worden in een handkar lopend naar de markt gebracht. Een wandeling naar de Haaksbergse markt duurt drie uur. Terug ook.

Om niet al te afhankelijk te zijn van toeleveranciers voegen de pettenmakers een wattenfabriek toe aan de activiteiten. De watten worden gebruikt voor de vulling van de petten. De volgende Johannes stuurt zijn zoon Evert naar Duitsland voor bijscholing. Hij moet vakkennis opdoen in de bontverwerking, omdat de activiteiten worden uitgebreid. Als Evert terugkomt wordt het assortiment uitgebreid uit met bontkragen en -mantels.

De zaken gaan goed. De familie opent winkels in omringende steden en verhuist naar de Nieuwstraat. Op die plek groeit het bedrijf uit tot een vermaard modehuis in Twente.
Op de Algemeene Begraafplaats blijven de Oostvogels bescheiden. De onderscheiden familieleden worden niet benoemd op de steen: Familie Oostvogel staat op de steen. Daarmee moeten we het doen.