Albert van Wezel (250)

Een sleper met paard en wagen

17-06-1821 † 11-10-1870

Een geit en paard met wagen in Hengelo stonden aan de wieg van het bedrijf dat in 2000 met zeer geavanceerde technieken de Russische kernonderzeër Koersk van de oceaanbodem liftte. Het transport- en kraanbedrijf die dat staaltje van hijskunst verrichtte, heet Mammoet. Een spruit van het oer-Hengelose transportbedrijf Van Wezel.

Albert van Wezel trouwde in 1845 met Dina Wilmink. Op zich is dat, behalve voor de familie Van Wezel, niet zo veel bijzonders. Veel interessanter is het huwelijksgeschenk. Albert krijgt van zijn ouders, die een winkel en 1,8 hectare landbouwgrond bezitten, een geit en een paard en wagen cadeau. Nou is een geit in die tijd voor veel meer Hengeloers een noodzakelijke behoefte. Het dier vreet alles wat los en vast zit en geeft nog melk ook. De paard en wagen is andere koek. Albert begint er een transportbedrijf mee, een sleperij. Hij sleept letterlijk opdrachten binnen van boeren die zelf niet met graan naar de molenaar willen zeulen. Hij brengt in die periode hout uit de Twickels bossen naar de zagerij en versleept zand naar en van plekken waar wordt gebouwd.

Vijf jaar later ziet Albert enorme kansen voor z’n sleperij als de Koninklijke Weefgoederenfabriek zich in Hengelo vestigt en Charles Theodoor en Jurriaan Engelbert Stork hun opwachting in het dorp maken. Charles komt in die tijd elke dag per koets van z’n woonplaats Oldenzaal naar Hengelo. Zijn paard stalt ie bij Albert. Van het een komt het ander. Charles betrekt Albert bij de bouw van eerste fabriek. De sleper kan het werk nauwelijks aan waardoor hij genoodzaakt wordt meer paarden en wagens te kopen. Wagens met eiervering deze keer, een noviteit waardoor het makkelijker wordt om bijvoorbeeld kisten te vervoeren.
Klaarblijkelijk is erg grote behoefte aan transportmiddelen, want de activiteiten van Van Wezel groeien en groeien. Albert en z’n medewerkers halen kolen weg bij het kanaal Almelo en vervoeren stukgoed van Deventer naar Twente. Geen ongevaarlijke onderneming vanwege struikrovers die langs de paden op zoek zijn naar buit. Overigens staat nergens in de annalen van het bedrijf opgetekend dat Albert ooit is beroofd. Allengs worden de lange tochten naar Deventer steeds minder frequent. De Storken breiden hun invloed en werkzaamheden in Hengelo uit waardoor het werk verder aantrekt en Albert zich steeds meer op ondersteuning van de industrie richt en zich daarin specialiseert.

Als de gebroeders Stork de machinefabriek in 1868 van Borne naar Hengelo verhuizen, is de beer voor Van Wezel los. Het vervoer geschiedt nog met platte sleperswagens en een mallejan, een eenassige kar om stamhout uit het bos te halen. In eerste instantie schaft Stork zelf paarden aan om op zijn bedrijfterrein zware materialen van en naar de gieterij en de spoorwagons te vervoeren. Maar al heel snel wordt Van Wezel ingeschakeld.

Inmiddels heeft Albert’s zoon Frederik, Rolln Frits voor intimi, zijn intrede gedaan. Hij is uit hetzelfde hout gesneden als zijn vader. Rolln Frits heeft al heel snel door dat de toekomst van het familiebedrijf ligt in de ontluikende industrie. De snelgroeiende weefgoederenfabriek is de belangrijkste opdrachtgever, maar Frits weet later ook bedrijven als Heemaf en de Twentsche Electriciteitscentrale aan zich te binden.
Frits neemt de zaken over van z’n vader Albert die in 1870 sterft en wordt begraven op de begraafplaats aan de Bornsestraat. Hij trouwt met Coba Groothuis. Het stel verhuist met het vervoersbedrijf naar de Langelermaatweg 208. Daar heeft de verdere expansie plaats en worden twee zoons geboren. Albert en Hendrik. Albert is beoogd opvolger. Helaas is hij door een lichamelijke handicap niet geschikt voor het zware vervoerswerk. Vergeet niet dat de Van Wezels zelf ook de handen uit de mouwen steken en het verladingswerk doen. Hendrik is de logische tweede keus. Samen met zijn vader voert hij de directie. De taakverdeling is al meteen heel duidelijk. Vader Frits bemoeit zich met de kistenwagens en zoon Hendrik voert het bevel over de het kolenvervoer en de werkzaamheden voor de machinefabriek. Het bedrijf heeft dan tien paarden op stal staan.

Frits maakt het eerste deel van de wijk Tuindorp ‘t Lansink nog mee. De zandaanvoer gebeurt met een ‘kipkarre’ vanaf de put aan de Fabelenweg. Om stagnatie van de aanvoer te voorkomen, bouwen de Van Wezels een extra stal aan de Heideweg, nu het kanaal.

Hendrik bouwt het bedrijf verder uit en als zijn vader sterft, staat transportbedrijf Van Wezel als een huis, dat tot aan 1972 door achtereenvolgens Frits en Henk wordt bestierd. Daarna volgt de fusie tot Mammoet dat uitgroeit tot een wereldspeler van formaat.