Josef Stroobants (395)

Alles achterlaten en weg wezen

14-11-1879 † 26-04-1916

Als Duitsland in 1914 nog aan de oorlog met België moet beginnen, vluchten de Leuvenaar Josef Stroobants (35), zijn vrouw Joanna van den Berghe (32) en hun zoontje Henri (10) al naar Nederland. Josef verlaat zijn huis aan de Ridderstraat 166 in Leuven en trekt op 11 april naar Hengelo. Hij moet de ramp aan hebben zien komen. Hij wacht de algehele mobilisatie op 31 juli niet af, omdat de kans groot is dat hij onder de wapenen wordt geroepen. En inderdaad ook zijn lichting, die van 1899, wordt op 4 augustus opgeroepen om tegen de Duitsers te vechten. Hij ontspringt de dans en dat is maar goed ook, want de Duitsers oefenen vanaf 19 augustus een waar terreurbewind uit in Leuven. De stad wordt verwoest, meer dan tweehonderd burgers worden gedood en nog eens honderden worden gedeporteerd.

Josef zit dan al hoog en droog met zijn gezin bij mejuffrouw Nijhuis aan de Bothastraat 15. Later verhuist hij naar de Langelermaatweg 28. Ook zijn zus Jeanne Bertha Stroobants en haar man E.A.J. Deswert zijn meegereisd. Dat echtpaar krijgt onderdak aangeboden door dokter Ahlers aan de Marktstraat 7. Ahlers is gepensioneerd officier van het Nederlands Indisch leger. Hij is nu schoolarts.

Stroobants is kuiper van beroep. Hij had werk genoeg, want Leuven is de stad van de brouwerijen Stella Artois, la Vignette, le Lion Blanc en Van Tilt. Houten vaten zijn er nooit genoeg. Joanna, zijn vrouw, is naaister. Ze komen berooid in Hengelo aan. Alles hebben ze in Leuven achtergelaten.

En zo gaat het met alle Belgen die het oorlogsgeweld ontvluchten. Op 1 september zijn er al 278 Belgische vluchtelingen in Hengelo. Dat worden er nog veel meer als Antwerpen op 16 september in handen van de Duitsers valt. Er ontstaat en volksverhuizing en een miljoen Belgen vluchten naar Nederland. In het NRC staat een verslag: ‘Wat een afzichtelijke ellende toch langs de wegen! Voetje voor voetje sjokkende paarden, onafgebroken, eindeloos maar voort. En ook vannacht weer zullen er duizenden en duizenden onder den blooten hemel moeten slapen zonder dak, onverzorgd wat hier en daar de militairen, wat tal van burgers ook doen. De machtige organisatie ontbreekt nog altijd, die deze exodus in goede banen leidt! In Den Haag kan men zich geen goede voorstelling maken van de toestanden hier’

En het Volk meldt op 10 oktober 1914 in de krant: ‘Een stroom van ellende heeft de oorlog in de laatste dagen over Nederland gestuwd. De bevolking onzer steden liep uit om de drommen van ongelukkigen te aanschouwen, die door vuur en verderf spuwend geweld waren verjaagd uit hun huis, hun broodwinning, hun schuilplaats tegen de ergste ellende, en thans als wanhopige zwervelingen niet wisten hoe en waarheen’.

Dan wordt ingegrepen. Op 10 oktober komt de eerste trein met vluchtelingen aan. Hengelo krijgt er tussen de 400 en 500 toegewezen. Op het Stationsplein stromen honderden Hengeloërs toe om de ontheemden te ontvangen. Burgemeester Tonckes roept zijn bevolking op om de Belgen in huis te nemen. Dat gebeurt. In het Geheelonthouderskoffiehuis waar gastgezinnen zich kunnen melden is het al gauw een drukte van belang. Werk is er ook. Omdat veel reguliere arbeiders zijn gemobiliseerd, maken de fabrikanten maar al te graag gebruik van de vluchtelingen. Ook al zijn ze niet voor het werk opgeleid.

Het gemeentebestuur lijkt overvallen door het plotselinge aanbod van vluchtelingen. Er is nauwelijks sprake van een geordende administratieve afhandeling. In schriften en op losse papiertjes die soms door de gastheer bij het gemeentebestuur worden ingeleverd worden de gegevens van de vluchtelingen opgetekend. Een map vol losse papieren, meest met de hand geschreven, is wat overblijft van de geschiedenis der Belgen in Hengelo.

Josef meent dat het wellicht handiger is om bij godsdienst ‘geen’ in te vullen, terwijl hij rooms katholiek was. Wellicht is dat ook de reden dat hij op de begraafplaats aan de Bornsestraat is begraven.
Hij overlijdt op 37-jarige leeftijd op 26 april 1916 ’s middags om half zes. Stroobants stierf in het Algemeen Ziekenhuis. De aangifte wordt gedaan door caféhouder Engbert Jan ter Horst en spoorwegambtenaar Marinus Antonie van der Vliet.

Hij wordt begraven onder ‘ongewoon’ grote belangstelling op zaterdag 29 april op de Algemeene begraafplaats aan de Bornsche straatweg. In de stoet trekken zo’n 250 Belgen en Nederlanders zij aan zij mee naar de begraafplaats. Langs de weg waar de stoet langstrekt, staan veel toeschouwers. Zijn vrouw Joanna blijft nog ruim een jaar in Hengelo wonen. Ze verhuist op 18 juli 1917 naar de Vijverlaan 15 in Kralingen Rotterdam. Zoon Henri en Joanna keren niet terug naar Belgie. Joanna hertrouwt niet. Henri trouwt wel, maar blijft kinderloos.

De vluchtelingen vertrekken ook weer snel uit Hengelo. De ongeveer 180 Belgen die nog in het dorp blijven, bieden het ontvangstcomité een bronzen beeld aan. Dat beeld staat in het Historisch Museum.